- door Gertjan Sterk -
Zowel compositorisch als in klankbeeld doet the Thomas Tracks doorlopend denken aan de Genesisperiode '76 - '78, oftewel de LP's Trick of the tail / Winds & wutherings / And then there were three. Waarbij aangetekend dat de meeste T-tracks zeker niet zouden hebben misstaan op genoemde albums. Dit compliment lijkt me volkomen eenduidig.
Die verdienste is niet alleen gelegen in de knap en verrassend geschreven stukken. Of in de uitstekende wijze waarop ze worden uitgevoerd. Voor een groot deel ligt die besloten in het met zorg en toewijding oppakken van de oude draad. Daarbij verliest 5bridgeS zich niet in imitaties of naspelerij, maar toont het vanuit eigen creatieve bron aan dat de muzikale materie van weleer nooit is weggeweest of opgeraakt. Op zichzelf fantastisch, maar om een werkstuk in de orde van Trick of the tail te kunnen neerzetten moet je eerst wel een paar dingen méé hebben. En dat hebben ze. Om er enkele te noemen:
Het is vrijwel onmogelijk om het soms dromerige, soms rauwe stemgeluid van Roelofsen niet te associëren met de vocale Collins (of meer nog met Gabriel). Bij wijlen is de gelijkenis zeer treffend. Maar al hèb je zo'n stem, je moet er ook nog stijlvol mee kunnen zingen. En met dat vermogen is Roelofsen overduidelijk begenadigd.
Architecten op hoofdlijnen, virtuozen op de korte sprint, ritmisch inventief binnen een sterk harmonisch besef: Gallo verhoudt zich tot Hackett zoals Banks tot d'Araceno of in welke volgorde dan ook. Hun gezamelijke kunsten komen voort uit de ketel van dezelfde alchemist genaamd Sympho-rock.
Als componerend en gitariserend fenomeen is Gallo, mogelijk i.s.m. d'Araceno, het drijvende brein achter de groep. Wat valt er te schrijven over deze beide talenten. De resultaten spreken voor zich en het muziekplezier komt behalve vanaf het podium ook via de cd voelbaar op je af. Gallo's schrijftalent kende ik al. Dat van d'Araceno staat als een woonwijk.
En nou ja, van der Linden is dan misschien niet helemaal de evenknie van de drummende Collins (maar die kan weer geen boeken schrijven), hij doet evenals Thoolen alles wat gedaan moet worden om deze ijzersterke cd mogelijk te maken. En dat doet die ritmesectie voortreffelijk. Ook de weinig subtiele keeltabletten-verwijzing naar Trace's Gaillarde kon me niet ontgaan.
Het instrumentarium draagt eveneens bij. Voorbeeld: de toetsenist beschikt -naast alle schitterende klanken- op een bepaald moment zelfs over het geluid van Bank's rottige Foxtrot-orgeltje. Waar haal je het vandaan.
Wat verder opviel tijdens het luisteren:
De uitgekiende opbouw van vooral de tracks 1 en 7
De afwisselende indeling van een aantal tracks bijv. 4
Het feit dat track 8 toch nog weer beter klinkt dan een aantal jaren geleden
De vloeiende beheersing waarmee de collectieve dynamiek toe- en afneemt
Ingeschoven zangpatronen achter de vocale hoofdlijn
Het parlando in track 4
Gallo's fraaie rustpunt halverwege de cd (track 5)
De nogal off-Genesis fragmenten in de slottrack. Of: een verwijzing naar Los Endos?
Diverse details
De geslaagde productie draagt in belangrijke mate bij aan het eindresultaat.
Een resultaat waarmee ik de mannen van 5bridgeS hoogst felicitabel acht.
Proficiat, prominent, progressief, proost!